woensdag 9 december 2015

Het laatste bezoek


Het is maandag 7 december, de lucht kleurt prachtig oranje, en ik besluit nog snel even een rondje te doen. De weerspiegeling van de ondergaande zon in het water is zo mooi... zag ik het ooit eerder zo? Ik geniet er opnieuw van
 Het jaar is voorbij, ik heb in het totaal 16 verhaaltjes geschreven over "mijn gebied".  In het begin vond ik het gebied een beetje saai. Al snel bleek dat een grote misvatting. Elke keer dat ik met de camera erop uitging kwam ik opgetogen thuis: weer een nieuwe ontdekking gedaan en mooie foto's gemaakt. Daarna het uitzoeken: welke plant of welk dier is dit? Daarbij maakte ik natuurlijk gebruik van internet, zie de links in mijn verhaaltjes. Maar ook keek ik vaak in de Nieuwe Plantengids, door Wilfried Stichman en Mw. Stichman van uitgeverij Tirion, die ik op de kop tikte in het Arboretum Trompenburg in Rotterdam. In Zeldzaam Zeeuws, uitgegeven door het Zeeuwse landschap kon ik af en toe ook uitleg vinden over de planten en de dieren. Zo heb ik heel wat nieuwe kennis vergaard. Dat is natuurlijk mooi meegenomen. Maar het allerbelangrijkste is dat de wandelingen me heel veel plezier opleverden. Ik heb ervan genoten en ben achteraf  dan ook erg blij dat ik voor het park in de Mortiere heb gekozen. Lekker dicht bij huis zodat ik regelmatig ontdekkingen kon doen. 
Het is december, het is al bijna winter,  maar er bloeien nog steeds madeliefjes in het gras. Madeliefje  Ik leer nog dat made gemaaid grasland betekent. Een lief plantje in het gras.





maandag 23 november 2015

Riet is altijd mooi...

Tot mijn verbazing zie ik dat mijn laatste blog van september dateert... Voor mijn gevoel ben ik er ook in oktober wel mee bezig geweest. Dat klopt ook want op 24 oktober presenteerde ik "mijn gebied" aan de IVN cursisten en daarvoor heb ik me er uiteraard weer helemaal in verdiept. 
Het is koud, met fraaie luchten vandaag. Ik loop door het gebied, met de camera. Het valt me op hoe mooi de rietpluimen wuiven in de wind. Riet is eigenlijk altijd mooi. De pluimen zijn nu donker, grijsbruin met lichte tinten. De zaden kunnen elk moment wegvliegen



De latijnse naam is Phragmites australis. Riet komt ook voor bij brak water, dat had ik al gezien omdat de zeeaster veel voorkomt langs de sloten bij het park. 
Wanneer verontreinigd water door een rietland geleid wordt, dan wordt dit gereinigd. Dit noemt men een helofytenfilter
De plant maakt lange uitlopers, waarmee hij oevers tegen afslag beschermd. 
De halmen gebruikt men als dakbedekking en ook voor rietmatten en gipsplaatversterking. 
Nu hoor je ze niet meer, ze zijn vertrokken naar het zuiden, maar geluid van de rietzanger stemt ook altijd vrolijk. 

De wuivende halmen, het ruisen van het riet, altijd een mooi gezicht voor wie er oog voor heeft. 


dinsdag 22 september 2015

Maandagochtend ontdekking


Maandagochtend, 21 september, officieel begin van de herfst en het is zonnig, met prachtige wolken hier en daar. Tijd voor een ommetje door 'mijn gebied'. Als ik het lage pad neem langs de sloot zie ik ineens pollen met licht paarse bloemetjes met een geel hartje. Ik heb ze wel eens eerder gezien, een soort aster weet ik. Er staan er veel, aan alle kanten van de sloten door het park. Het blijkt Zulte te zijn, of zeeaster en de Latijnse naam is: Aster tripolium. Een tweejarige composiet die vooral op zilte of brakke plaatsen voorkomt. De vrucht is een nootje dat twee weken kan blijven drijven. De zaden ontkiemen alleen als het zoutgehalte van de bodem voldoende laag is. Alleen dan kunnen ze water opnemen om te kiemen. De zaden zijn langlevend, langer dan 5 jaar. .
De wetenschappelijke naam Aster komt van het Latijnse stella = ster (de bloemen lijken op een kleine ster). De soortnaam tripolium is van Latijnse komaf. Theophrastus van Eresus (371 – 287 v. Chr.) was een leerling van Aristoteles en wordt beschouwd als de eerste botanicus. Hij noemde de plant tripolium omdat hij meende dat de plant 3 x daags van kleur veranderde: ’s ochtends wit, rond het middaguur lila en donkerpaars in de namiddag. (tri = drie en polon = bewegen). De Nederlandse naam Zulte is afgeleid van zilt. (www.natuurweetjes.nl) 
Plaatselijk wordt zeeaster, net als Zeekraal, voor menselijke consumptie in het wild verzameld en er worden pogingen ondernomen om zeeaster als groentegewas te kweken. Voor rotganzen is zij een van de hoofdvoedingsgewassen. Schapen op de schorren vreten vooral de jonge bloemknoppen.
 Volgende keer een bakje jonge blaadjes plukken om te proberen... 



donderdag 27 augustus 2015

Bij het vallen van de avond

Zaterdagavond 22 augustus, vers terug uit Kaapstad, maak ik toch nog een korte avondwandeling. Even de benen strekken. Het schemert al en de hemel kleurt zachtgeel en roze. Bij een lantarenpaal scheert er ineens een kleine vleermuis vlak langs mijn hoofd. Ha, mijn eerste natuurervaring in mijn gebied. Natuurlijk was het geweldig in Zuid Afrika: ruige bergketens met bijzondere vegetatie, fijnbossie, walvissen en penguins, veel struisvogels en zebra's. Maar hier word ik toch ook elke keer verrast. Ik wandel nog een klein blokje om en hoor een meisjesstem roepen: kijk een vleermuis.  

De volgende dag lees ik het bericht dat de vleermuizen ervoor zorgen dat men bijna geen bestrijdingsmiddel meer nodig heeft in de uitgestrekt wijngaarden van Portugal. Ze eten alle schadelijke insecten. Jaren geleden waren ze er bijna niet meer, nu is men tot inzicht gekomen. Deze dieren helpen om een goede oogst te krijgen, zonder heftige bestrijdingsmiddelen. Meteen vraag ik me af men deze kennis ook toepast in de wijngaarden die wij in Stellenbosch bezocht hebben.  De wijn was heerlijk, maar het smaakt toch nog iets beter als je weet dat er zorgvuldig met de aarde en dieren wordt omgesprongen. 

Op wikipedia lees ik dat ik de gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus heb gezien. Erg veel voorkomend in Nederland. Dat kan zo zijn maar toch, je moet er maar oog voor hebben. Kijk...
  

woensdag 29 juli 2015

Van Rupsen en pluizen & aangelegd en braak


 Al lopend door ''mijn gebied'' en ook nog iets verder, viel het kwartje... In het park en langs de slootkanten is er zeker wat te zien, maar in het braak liggende stuk ernaast waar ik ook af en toe kom, is de diversiteit veel groter. Hier zag ik ineens Sint jacobsrupsen, de zebrarups, in grote getale. De giftige bestanddelen van het jakobskruiskruid maken de rups oneetbaar, die daardoor beschermd wordt. De rups raakt het gif dat hij met zijn maaltijden van het jakobskruiskruid binnenkrijgt niet kwijt, in tegendeel het wordt geconcentreerd en doorgegeven aan de vlinder die daardoor eveneens oneetbaar wordt. Dit zie je wel vaker bij felgekleurde insecten. (bron wikipedia) In een eerder blog, zie 27 mei,  schreef ik al over de Sint Jacobsvlinder. De soort overwintert als pop in een losse cocon in de grond. 


woensdag 15 juli 2015

Een mooi begin

Dodaars in de Mortiere sloot
Mam, je wilt me toch wel om 5.30 uur naar het station brengen? vroeg mijn zoon die naar Rimini op vakantie zou gaan. Uhm... is wel erg vroeg, maar is goed zei ik. Toen ik terug kwam van het ritje kwam de zon op, het beloofde een prachtige ochtend te worden. Zonde om weer naar bed te gaan. Ik pakte de camera en ging op weg naar het park. Toen hoorde ik dit geluid, heel herkenbaar: een dodaars. Maar ik had hem of haar nog nooit gezien. Ik speurde het water af en daar zwom de dodaars. Ver weg maar met de telelens toch te fotograferen. Een geluksmoment. Wat een mooi vogeltje. Op de site van de vogelbescherming staat: Een schuwe vogel, die zich verstopt zodra mensen ontwaard worden door te duiken en zich aan waterplanten vasthoudt, de snavel als snorkel gebruikend. Op deze manier kan de dodaars zich lange tijd aan het gezicht onttrekken. Dodaarzen duiken regelmatig
Het is de kleinste fuut en ze danken hun naam aan hun korte, witte achterwerk. 
Ze jagen op waterinsecten, schelpdieren en visjes. Ik lees ook dat ze een oogjager zijn. Mooi woord is dat. Je hebt ook tastjagers... Het draait allemaal om de waterkwaliteit. Hoe zuiverder het water, hoe rijker het is aan waterdieren. Ook moet het helder zijn, voor een oogjager als de dodaars. En natuurlijk voldoende riet zodat hij zich kan verstoppen. Het doet me goed dat in al deze elementen is voorzien, hier in de sloot in de Mortiere. Wat een mooi begin van mijn dag.   

vrijdag 10 juli 2015

Natuur ontspant ...





Op de terugweg merkte ik het weer, die ontspannende werking van de natuur. En al is die natuur maar beperkt tot een paar stroken in het park met grassen en wilde planten, een slootkant met een harig wilgeroosje en een hooibeestje: ik ga er in op om met aandacht te kijken naar wat ik zie en wat er zich afspeelt. En dan probeer ik het zo goed mogelijk te fotograferen. Ergens in op gaan, wat is dat toch heerlijk. Je vergeet de warmte en de muizenissen die in je hoofd rondgaan, je vergeet jezelf en al je gedoe. Het is negen uur geweest, het licht van de zon is al minder fel, de maan is er al. Mooi avondlicht. 




zaterdag 27 juni 2015

De schoonheid van het gewone

Gewone oeverlibel foto Anne

Het duurde even, ik keek op de verkeerde plaats, maar toen vond ik toch de naam van deze mooie libel die ik op een ochtend zag zonnen aan de kant van de sloot. Zij blijkt getooid met de naam gewone oeverlibel en komt heel veel voor in Nederland. Hoe gewoon toch ook heel schoon kan zijn...Dit is een vrouwtje, de mannetjes zijn blauwberijpt. Veel poëtische termen op het libellennet... 
Ze hoort tot de familie van de korenbouten. Ook een naam die tot de verbeelding spreekt en eigenlijk geen associatie oproept met een insect. Dat insecten hele bijzondere namen hebben daar was ik al eerder achter gekomen. Bijvoorbeeld op de avond over bijen. Wat te denken van de Blokhoofdgroefbij, een bedreigde soort of de Boemerangmaskerbij, als gevoelig aangemerkt, de minst erge van de acht categorieën op de rode lijst. In mijn boekje Vlinders en andere insecten in Kleuren door Dr. W.P. Postma komt ook de tweestip-grootoogkortschildkever voor. Schitterende naam voor piepklein insectje. De wereld der insecten is zo rijk aan soorten, daar wordt je als mens weer heel klein van. 

maandag 15 juni 2015

Icarus Blauwtje: het algemeenste blauwtje

 


Nadat ik de Jacobsvlinder had ontdekt zag ik later het Icarusblauwtje. Op de weegbree en in de rolklaver. Een wonderschone kleur blauw is te aanschouwen als het vlindertje even zijn vleugels spreidt. Het mannetje is dat, het vrouwtje is getooid in bruin met kleine oranje stipjes.
 
De Vlinderstichting verklaart dat het het algemeenste blauwtje is... dat is mooi, dan kun je het ook erg veel tegenkomen gelukkig. Ze voeden zich vooral met vlinderbloemigen zoals rolklaver en gewone klaver. En ze vliegen laag, zo hoogmoedig als Icarus zijn ze bij lange na niet. De vlinders brengen de nacht door in groepjes, waarbij ze met de kop naar beneden in de vegetatie hangen.

vrijdag 29 mei 2015

Vlinders in mei

St. Jacobsvlinder op weegbree in de Mortiere. Foto Anne

Op een mooie woensdagochtend in mei tref ik de eerste St.Jacobsvlinder aan. Eerst dacht dat het de St. Jansvlinder was. In mijn boekje uit 1956 Vlinders en andere insecten in kleuren door Dr. W.P Postma, in de reeks Meulenhoff Natuurgidsen, komt alleen die St. Jansvlinder voor. Maar vlindernet bood uitkomst. 


Het is toch de St. jacobsvlinder. De rupsen van deze overdag actieve nachtvlinder, ja die zijn er ook,  slaan de gifstoffen uit het jacobskruiskruid op, waardoor ze later als vlinder oneetbaar zijn. Zeer ingenieus. De vlinder komt veel voor in Nederland.
Op internet is er veel te vinden over de giftigheid van de plant. Paarden mijden de planten maar als ze in het hooi zitten schijnen ze er toch ziek van te kunnen worden.De vlinder geeft met zijn helder rood een duidelijk signaal af, net als de rupsen die geel met zwart gestreept zijn. Oneetbaar... dat is duidelijk. 
De blauwtjes die ik zag, daarover in een volgend blog meer.









maandag 18 mei 2015

Meerkoetpunkertje

Deze moeder met kind fotografeerde ik een paar dagen geleden in de sloot die  langs het park loopt. De meerkoetpul is op het eerste gezicht een echt lefgozertje, of een stoer grietje natuurlijk. Met zijn rode koppetje met zwart hanekammetje, en geel kraagje heeft zij iets weg van een punkertje. Moeder dook regelmatig naar beneden om een iets lekkers voor haar kotertje te halen. Ze heeft een witte snavel, een voorhoofdsschild en groene poten en rode ogen.

Vliegen doet ze niet graag, ze verplaatst zich liever rennend over het water. Met die grote poten is dat ook goed te doen. Ook bij het opstijgen uit het water wordt eerst een stuk rennend afgelegd. Die poten hebben me ook altijd gefascineerd. Ze lijken veel te groot in verhouding tot het lichaam. Clownsschoenen...  
Het nest van deze meerkoet heb ik niet gezien. Bij het zoeken naar informatie kwam ik tegen dat er 6 tot 8 gespikkelde eieren worden gelegd. Moest ineens denken aan het meerkoetnest dat ik tegenkwam op een wandeling vanuit het Utrecht Medisch Centrum waar mijn moeder lag. Ik was er al een dag en nacht, mijn moeder zou niet lang meer leven. Ineens was daar dat nest, met 2 gespikkelde eieren. Het ontroerde me, nieuw leven in de dop. 

maandag 11 mei 2015

Smeerwortel in opmars



S  M  E  E  R  W  O  R  T  E  L  

in opmars

Gisteren zag ik tot mijn vreugde dat de smeerwortel niet alleen op het braakliggend stuk grond stond te pronken met haar mooie bloemen maar dat ze ook in het park staan, langs de sloot, om de bijen en hommels van stuifmeel en nectar te voorzien. De Latijnse naam is Symphytum officinale, gewone smeerwortel. De naam komt van het Grieks sym = samen en phyein = groeien. Het is een oud geneeskruid dat vroeger veel werd gebruikt bij wondbehandeling en voor de genezing van botbreuken. De bloemen zijn vuilpaars. Toen ik dit woord googlede, kwam ik terecht in een uitgave van De levende natuur, opgericht door Jac. P Thijsse en E. Heimans o.a. aflevering 4, 1 augustus 1917 door C. Smidse getiteld; Botansche indrukken van een gemobiliseerde in Walcheren! Een prachtig verhaal over de natuur op Walcheren in die tijd. 
" wat verbazend rijk aan vogels is Walcheren, vooral Winterkoninkjes, Roodborstjes, Waterhoentjes, Ijsvogeltjes en Eksters, die in Holland uitsterven"  
 Vuilpaars betekent gewoon niet helder paars. De plant heeft nog iets bijzonders:  het vormt grote, glanzend bruine nootjes met een vlezig aanhangsel, het mierenbroodje. Mieren zijn daar gek op en verzamelen de zaden en zo worden deze door mieren verspreid.
Voor de bestuiving zijn vooral hommels verantwoordelijk. Soms vindt daarbij nectardiefstal met inbraak plaats. De hommel maakt dan een klein gaatje aan de zijkant van de kroonbuis en zuigt daardoor de nectar op. Op deze manier vindt er geen bestuiving plaats omdat de hommel niet in contact komt met meeldraden en stamper. 

Deze hommel deed het op de gewone manier. 
Die avond hoorde ik ook nog twee koekoeken. Ik probeerde ze te volgen maar was ze al snel uit het oog verloren. Terwijl ik dit schrijf, een dag later met de deur open hoorde ik de koekoek weer één keer... 
wordt vervolgd

zaterdag 25 april 2015

Het zonnige, stralende geel van de dotter




       Het zonnige, stralende geel van de dotterbloem!          

 Wat kan een mens toch vrolijk worden van het zonnige geel van een dotterbloem! Zeker op een wat sombere dag is het echt een opkikker. Langs de slootkant, dichtbij het muurtje met mos ontwaar ik ineens één grote pol. Het is nog vroeg, er zitten nog veel knoppen aan. In de gisteren in het arboretum Tromburg aangeschafte, tweedehandse Nieuwe Plantengids staat de plant natuurlijk ook vermeld. Als kenmerk: de bloemen dooiergeel. Hij komt nog vrij algemeen voor, maar wel sterk achteruitgaand, helaas. Nu vind ik het nog leuker om hem in mijn gebied aan te treffen. Als stuifmeel- en honingproducent doet de Dotter voor de juist in bloei gekomen Waterwilgen niet onder. Hele slootranden waren vroeger geel gekleurd. Breekt de zomer aan, dan staan op de oude bloemstelen telkens een tiental droge, dooraderde kokervruchten met spitse, gekrulde neuzen. De toch al forse bladeren groeien door tot het formaat van ontbijtbordjes. Zij imiteren boven het water uitgetilde waterleliebladeren en rollen zich in. Als een bescheiden toegift bloeit in september nóg een portie bloemen. Dat ga ik in de gaten houden of dat ook met 'mijn dotters' gebeurt. 
 De bloemen werden vroeger gebruikt om de boter mooi geel mee te kleuren. De naam is afgeleid van een ouder (of Duits?) woord voor dooier, vanwege de kleur. Hij behoort tot de ranononkelachtigen en zijn Latijnse naam is Caltha palustris.



donderdag 26 maart 2015

Maaien of grazen?


Tijdens mijn wandeling door het park zag ik dat het gras was gemaaid. Althans, één strook langs de narcissen bij het ruigere stuk. Het overige gras in het park was helemaal gemaaid. Ik belde met de gemeente Middelburg, met Sjaak, om te horen hoe men daarmee omgaat. Hij vertelde dat de grasstroken  26 keer worden gemaaid en het ruige stuk: één keer, alleen in september. Voorheen was dat nog 2 keer per jaar. Het gras maait men zo vaak uit esthetisch oogpunt of omdat het als speelgras is bedoeld. Wel erg arbeidsintensief... 
Maar in de Mortiere is er ook een andere manier om ruig gras te kortwieken: schapen. Op de braakliggende terreinen graast de schaapskudde van Jan Kaljouw. Op zijn website staat:
Bij het ontwikkelen van soortenrijke schraalgraslanden en natuurlijke parken kan een schaapskudde een grote meerwaarde hebben. De bodem kan verschraald worden. Door de “heerdgang” van de kudde langs verschillende terreinen komt een proces van verspreiding van zaden op gang.
Bij de projecten staat o.a. ook de Mortiere: 

In eerste instantie dringen we de (ongewenste) distels en andere verruiging terug. Omdat hele stukken terrein behoorlijk schraal zijn boeken we hier ook veel succes met het vergroten van de bio-diversiteit. We zien steeds meer soorten verschijnen. 

Door de schapen krijgen we dus meer soorten bloemen en planten, ook in het park. 

Een erg goed ideeBraakliggende terreinen Mortiere
waar ik meer van wil weten. Op naar de schaapsboer! 
wordt vervolgd 

dinsdag 10 maart 2015

Hemelsblauw


De lucht is net zo blauw als de eerste Ereprijs... wat een mooie dag! Wat een ontdekking bij de slootkant in de Robert Johnsonstraat: dit fijne, kleine bloemetje met donderblauwe streepjes op een lichtblauwe ondergrond. Als ik het ga opzoeken blijken er maar liefst 23 soorten voor te komen in Nederland. De verschijningsvormen van de natuur zijn onnavolgbaar talrijk. Heerlijk is dat toch. Toch zal dit waarschijnlijke de gewone Ereprijs zijn, Veronica chamaedry. Twee meeldraden en naar nu blijkt lid van de Weegbree familie. In mijn Jeugdflora uit 1973 (6e druk, Ploegsma) door Cath. van Breda en Aart van Breda komt zij ook voor. Bloeitijd was toen van april (!) tot juni. ''Van de meibloeiers heeft bijna geen enkel plantje zo'n opvallend blauwe kleur als de gewone ereprijs. Blauw in de natuur en tuin: onopvallend en toch zeer aanwezig. Kleine stukjes hemel op de aarde. 

maandag 2 maart 2015

De eerste schreden...

Even twijfelde ik... Zal ik kiezen voor een gebied om de hoek met ''nieuwe natuur''  en interessant omdat er nog niemand op die manier naar gekeken heeft: het park in de Mortiere? Of voor het gebied verder weg, met meer diversiteit en natuurlijker maar ook iets minder spannend. Mijn keuze viel op het park om de hoek. Fijn om er vaak te gaan kijken en ik ben ook heel benieuwd wat ik er allemaal aantref. Ook interessant om te bekijken hoe de gemeente om gaat met ecologie in dit stukje nieuwe natuur. 


In januari ga ik voor het eerst kijken en maak ik een paar foto's. Er lijkt nog weinig spannends te ontdekken...