Maandagochtend, 21 september, officieel begin van de herfst en het is zonnig, met prachtige wolken hier en daar. Tijd voor een ommetje door 'mijn gebied'. Als ik het lage pad neem langs de sloot zie ik ineens pollen met licht paarse bloemetjes met een geel hartje. Ik heb ze wel eens eerder gezien, een soort aster weet ik. Er staan er veel, aan alle kanten van de sloten door het park. Het blijkt Zulte te zijn, of zeeaster en de Latijnse naam is: Aster tripolium. Een tweejarige composiet die vooral op zilte of brakke plaatsen voorkomt. De vrucht is een nootje dat twee weken kan blijven drijven. De zaden ontkiemen alleen als het zoutgehalte van de bodem voldoende laag is. Alleen dan kunnen ze water opnemen om te kiemen. De zaden zijn langlevend, langer dan 5 jaar. .
De wetenschappelijke naam Aster komt van het Latijnse stella = ster (de bloemen lijken op een kleine ster). De soortnaam tripolium is van Latijnse komaf. Theophrastus van Eresus (371 – 287 v. Chr.) was een leerling van Aristoteles en wordt beschouwd als de eerste botanicus. Hij noemde de plant tripolium omdat hij meende dat de plant 3 x daags van kleur veranderde: ’s ochtends wit, rond het middaguur lila en donkerpaars in de namiddag. (tri = drie en polon = bewegen). De Nederlandse naam Zulte is afgeleid van zilt. (www.natuurweetjes.nl)
Plaatselijk wordt zeeaster, net als Zeekraal, voor menselijke consumptie in het wild verzameld en er worden pogingen ondernomen om zeeaster als groentegewas te kweken. Voor rotganzen is zij een van de hoofdvoedingsgewassen. Schapen op de schorren vreten vooral de jonge bloemknoppen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten